Veel kunstmatige verlichting schadelijk
Te veel kunstlicht, vooral ’s nachts, kan de natuur behoorlijk verstoren. Planten en dieren zijn namelijk gewend aan het natuurlijke verschil tussen dag en nacht en ook veel planten en dieren zijn afhankelijk van het donker van de nacht. Als het ’s nachts te licht is, kan dat allerlei gevolgen hebben.
Veel dieren zijn juist actief als het donker is. Denk aan vleermuizen en uilen, die in het donker jagen of aan kikkers en padden die vooral ’s-nachts kwaken of aan nachtvlinders die bloemen bestuiven. Door felle verlichting, kunnen ze een makkelijker te vangen prooi worden, kunnen ze moeilijker voedsel vinden of kunnen ze zich minder goed voortplanten.
Een paar voorbeelden:
· Insecten raken de weg kwijt: Heel veel insecten zijn juist ’s-nachts actief. Zo zijn er bijvoorbeeld een paar duizend nachtvlinders, tegen slechts zo’n 65 dagvlinders. Veel van deze insecten raken gedesoriënteerd door lampen. Ze blijven eromheen vliegen totdat ze uitgeput raken of een makkelijke prooi worden. Daardoor sterven veel insecten.
. Vogels verdwalen: Trekvogels gebruiken onder andere de sterren en de maan om hun weg te vinden. Felle verlichting van steden en gebouwen kan hen in de war brengen, waardoor ze van hun route afwijken of zelfs tegen gebouwen vliegen.
. De voortplanting raakt in de war: Licht verstoort kikkers en padden die met hun nachtelijk gekwaak partners lokken. Licht verstoort ook vuurvliegjes die partners lokken met lichtsignalen en nachtvlinders die planten bestuiven.
. Planten groeien op het verkeerde moment: Planten gebruiken daglengte als signaal om te bloeien of hun bladeren te verliezen. Door kunstlicht kunnen bomen bijvoorbeeld hun bladeren langer vasthouden of op een ongewoon moment gaan groeien.
Door veel kunstlicht raakt de natuur uit balans: Alles in de natuur hangt met elkaar samen. Als er minder insecten zijn, hebben vogels, vleermuizen en amfibieën ook minder voedsel. En als bloemen niet voldoende bestoven worden, kan dat zelfs minder fruit opleveren. Zo kan kunstlicht uiteindelijk invloed hebben op een heel ecosysteem en ook op onszelf.
Dit probleem heet lichtvervuiling. Gelukkig kun je de gevolgen beperken door alleen verlichting te gebruiken als dat echt nodig is, lampen naar beneden te richten en te kiezen voor warmgekleurd licht, dat minder verstoring geeft dan fel wit of blauw licht. Zo blijft de natuur ook ’s nachts zo veel mogelijk in haar natuurlijke ritme.
